Haiti
Als ik dit schrijf, staan ons de
beelden van Haiti nog duidelijk op het netvlies.
Een horrorfilm, maar dan
levensecht. (Een raar woord trouwens voor een situatie waarin de dood het voor
het zeggen lijkt te hebben.) Mensen lopen verdwaasd rond. De blik in hun ogen
is hopeloos leeg. Natuurlijk dringt het niet door dat je geliefden bedolven
zijn. Tussen het puin steekt hier en daar een been of een arm uit. Een
huiveringwekkende en vergeefse wenk om hulp. Overal liggen grote plakken grauw beton.
Nog niet zo lang geleden waren het vloeren en plafonds waartussen het leven
geleefd werd. In één schok vielen zij op elkaar en vermorzelden datzelfde
nietsvermoedende leven.
Verroeste ijzeren sprieten
steken als nutteloze antennes uit het beton. Felgekleurde reddingswerkers zoeken
voorzichtig hun weg tussen bederf en dood. Her en der stoppen onrustige honden
hun getrainde snuit in kieren en openingen, snuffelend naar resten van leven.
Meestal zonder resultaat.
Na bijna een week wordt toch
nog een vrouw gevonden. Als men haar uit haar beknelling heeft bevrijd, begint
ze een onwezenlijk gezang: “Waarom ik? Waarom ik?”, klinkt het begeesterd en
verbijsterd tegelijk. Het is niet
duidelijk wat zij bedoelt. Wil ze zeggen: “Waarom moet mij dit overkomen?” Of bedoelt
ze: “Wie ben ik dat ik wel gered wordt.” Voor allebei is veel te zeggen.
Op straat tussen de puinhopen
loopt een man. Hij steekt een bijbel in de lucht en roept: “Vraag vergeving.
Jezus redt.” Niemand let op hem. Een
roepende in de steenwoestijn, in een absurd
en surrealistisch schilderij. Maar het is bittere werkelijkheid. Misschien wel
200.000 doden en een kapot land. Het persoonlijke leed is onbeschrijfelijk.
En je vraagt je af: hoe kan na
zo’n ramp het leven gewoon doorgaan. Hoe is het mogelijk dat we ons druk maken
over een kabinetscrisis, over dominee Hendrikse of over de kilometerheffing.
Wat heeft het allemaal voor zin als je weet dat je gezin onder het puin ligt. Waarom
staat de wereld niet stil? Of waarom
kunnen we de aarde niet een decennium terugdraaien. Dan hadden we er met z’n
allen voor kunnen zorgen dat men in Haiti een menswaardig bestaan had kunnen
leiden. En we hadden hen kunnen helpen zich voor te bereiden op een ramp als deze
aardbeving. We weten toch hoe er aardschokbestendig gebouwd moet worden?
Maar goede voornemens komen
altijd te laat. Bovendien kunnen we na Jozua de wereld niet meer stilzetten,
laat staan terugdraaien. Hoogstens houdt zij even de adem in.
Als u dit leest zijn we
anderhalve week verder. Ik durf nu al te zeggen dat de catastrofe dan geen
frontpaginanieuws meer is en dat we ons gewoon weer druk maken over de
politiek, over kerkelijke geschillen en onze dagelijkse sores. Ons medelijden
is te beperkt voor de nood van de wereld. De wereld draait door, nietwaar? Behalve
voor de nabestaanden, waaronder onze plaatsgenoten en mede-gemeenteleden Ingrid en Arie van den Bor. Voor hen wordt het
leven nooit meer hetzelfde. Voor hen staat de wereld werkelijk stil en telt alleen
het onherstelbare verlies en het niet weten hoe verder te leven.
En wij? In onze machteloosheid is het minste wat we
kunnen doen: hopen en bidden dat al die getroffenen ooit weer een weg vinden om
verder te gaan. In het vertrouwen dat
God het leed van de wereld doorgrondt en in het geloof dat Hij meelijdt en
meehuilt. De Haitianen zelf lijken ons in dat geloof voor te gaan.
En natuurlijk is daar nog steeds giro 555. Want geld geven kunnen we gelukkig in Nederland. We moeten wel een beetje opgepept worden door een tribune vol bekende Nederlanders, maar dan gebeurt er ook wat. En er mag nog wel een schepje bovenop, want we zitten nog niet aan het bedrag dat we bij de jaarwisseling aan vuurwerk uitgaven. Giro 555.
HN