Je naam komt vanuit de hemel

Door dr. K.D Goverts

Je krijgt een naam, een identiteit. Een naam is in het Hebreeuws sjem. Dit heeft ook te maken met sjamajim, wat hemel(en) be­tekent. Een naam komt dus uit de hemel. Je wortels zijn ook in de hemel. Dat zeg­gen de rabbijnen ook: een mens is een boom met zijn wortels in de hemel, dan draag je vrucht op aarde. We zijn dus allemaal on­der­ste-boven-bomen. Daarom staat er ook in Handelingen 17 van de eerste ge­meente, dat ze de wereld ondersteboven zet­ten. In de hemel heb je dus ook een naam. Dat is wat Jezus ook zegt: “Maar verheugt u, dat uw namen staan opgetekend in de hemelen” {L­uc.10:20}. En vanuit die naam die je hebt in de hemelen, kun je ook in die he­me­len gaan functioneren. Jezus vraagt dus aan die man in dat doodsgebied: Hoe is uw naam. Dat betekent niet: ‘hoe heet je’. Dat vraag je in het He­breeuws trouwens an­ders. Hier is bedoeld: Wat is je wezen, wat is je karakter, wat voor iden­ti­­teit heb je. Dat is niet de vraag naar een aantal let­ters, maar dat is een vraag naar de bin­nen­kant.

Wat is uw naam. En dan zegt die mens daar in Gardara: “En hij zeide tot Hem: Mijn naam is legioen, want wij zijn talrijk” {M­arc.5:10}.

Karel Eijkman heeft heel wat verhalen naverteld voor kinderen. En dit ver­haal geeft hij op een heel bijzondere manier weer. Dan zegt hij het zo: “Jezus vraagt aan deze man: Hoe is je naam en de man antwoordde: alles, van­ alles, van alles en nog wat, alles en niks”. En dan begrijp je meteen: daar ligt het probleem. Hij heeft geen iden­ti­teit, althans, hij weet het niet. Hij heeft geen eenheid vanbinnen. Wie ben je? Ja, ik ben van alles. Daar ligt de diepste pijn van dit be­staan; hij is er ei­genlijk niet. Hij is helemaal weggestopt en wegge­drukt. En dan gaat Jezus deze mens bevrijden. En dan staat er aan het eind van dit verhaal: “En zagen de bezetene zitten, gekleed en goed bij zijn verstand” {M­arc.5:15}.

 De man was dus weer gekleed, hij had weer een mantel aan, symbool van waardigheid. Hij was weer gerehabiliteerd, hij had zijn identiteit terug. Ook bij de ‘Verloren Zoon’ zien we, dat hij weer een kleed krijgt. En dan zegt Karel Eijkman er nog een regel bij. Hij zegt: Dan vraagt Je­zus opnieuw aan die man: Hoe is je naam? Weet je het nu wel? En dan ant­woordt deze man: “Mijn naam is Adam”. Dat staat er wel niet, maar dat is even een kleine toe­passing van het ver­haal. Dat is mooi gevonden. Eigenlijk kun je het verhaal niet beter weer­geven en begrijpen dan zó. Eerst was zijn naam Alles en dan is zijn naam Adam. Dan is hij weer Mens. Jezus heeft hem bij de hand genomen en hem uit het do­den­­rijk ge­bracht, uit het gebied van de Ge­nesis, het ge­bied van beresjit, van in den beginne, toen het nog woest en ledig was. Hij is weer Mens ge­wor­den.

 

Comments (0)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *