Hoor, Israël! De Heere onze God, de Heere is één {Deut: 6 vers 4}
Door dr. K.D Goverts
In de oude Joodse wijsheid is dit vers een centrale tekst, elke dag, in de morgen en in de avond, gereciteerd. De eerste woorden die worden uitgesproken bij een wieg, als er een kindje geboren is; de laatste woorden die klinken bij een sterfbed, gezegd door de mens die het aardse leven moet loslaten of door degenen die om deze mens heen staan. Er is iets heel bijzonders met dit vers: het zijn zes woorden in de grondtekst. Hoor, Jisra’el, de HEERE onze God, de HEERE is één. Hier wordt de eenheid Gods beleden.
Evenwel: er is iets speciaals, zo leren ons de oude Joodse wijzen, zo bijv. Mosheh de León die schreef in 1292: Dit zijn drie namen, en die vormen een eenheid; zij ver-enigen zich tezamen en ze vormen een uniek ensemble, een enig geheel, volgens het Geheimenis van de Ene.
Wanneer zij zich tezamen verenigen, dan draagt deze eenheid de Naam Tiph’èret תפארת en dat is een kost-baar Geheimenis: het is Sieraad, het is Erbarmen.
En in dat woord ligt als kern: pe’eer פאר en dit is: Sie-raad.
En in de letters van dit woord liggen de Drie van de Drie-eenheid verborgen:
in het midden de aleph, א dat is de Vader, de ’av אב de Oorsprong van alwat was en is en wezen zal; dan aan het begin de péh of pé’ פה פא en dat is de letter van pèh פה hetgeen betekent: mond, en daarin mogen we een verwijzing zien naar de Zoon, Hij is immers de Mond des Vaders, door Hem sprak en spreekt de Vader: wie de Zoon hoorde, hoorde de Stem des Vaders; wie de Zoon mocht beluisteren, was getuige van hetgeen Vader en Zoon in hun eeuwige raad hadden bedacht en besloten. Immers: in den beginne was het Woord, en het Woord kreeg stem in de Christus.
En dan als derde: de résh, ר verwijzend naar רוח ruach, dat is de Geest, de Heilige Geest, de derde Persoon van de Triniteit.
Dan wordt dat woord Pe’eer omsloten door een taw ת aan het begin en een taw ת aan het eind: de letter van de toekomst, de laatste letter van het alphabet.
En: de taw had in het oud-hebreeuwse schrift de vorm van een Kruis. Het Kruis omsluit het Sieraad van de Drie-ene God.
Deut. 6, 4: het Geheimenis van de drie Namen. En ten aanzien van dit Mysterie hebben de oude Joodse meesters verklaard: de Heilige, gezegend is Hij, heeft in Jisra’el drie aspecten neergelegd: priesters, Levieten, en kinderen Isra’els. Daarin zijn drie eigenschappen Gods weerspiegeld: chèsed, חסד goedertierenheid, gevurah, גבורה kracht, en tiph’èret, תפארת sieraad.
Mosheh de León [ in 1292] zegt verderop: we hebben hier te maken met het Geheimenis van de prachtige Eenheid die daar is, de weg van de Eenheid, de Sod סוד dat is de Verborgenheid – het raadsel van Zijn Eenheid, gezegend is Zijn Naam, zoals gezegd is: Hoor, Jisra’el, de HEERE onze God, de HEERE is één.
De middeleeuwse Joodse wijzen zeiden: Deut. 6, 4 is het Geheimenis van de weg die de Eeuwige gaat; het is een Verborgenheid van Eenheid, en daarin ligt het Principe, een woord kelal, כלל dat vooral aanduidt: integratie, to-taliteit, alomvattendheid.
Daarnaast is er nog een ander woord om Principe te om-schrijven: ‘iqqaar עקּר – dit is: essentie, kern, hoofdzaak, oorsprong.