Tijd en eeuwigheid

Door dr. K.D Goverts

Er zijn enkele woorden die kunnen helpen om duidelijkheid te verschaffen. Zo allereerst ‘olam, in het grieks aioon. ‘olam is afkomstig van een werkwoord: ‘alam, verbergen. Derhalve: de verborgen tijd; dat kan zijn in het verleden: oertijd; of in de toekomst: tijd van het einde. ‘olam is niet per definitie onbegrensd; er kan een limiet zijn: bijv. Jesaja 32,14-15: Burcht en Wachttoren zullen tot spelonken zijn, tot in eeuwigheid; een vreugde zijn voor de woudezels, een weide voor de kudden, ‘ad ‘olam; vaak vertaalt men: tot in eeuwigheid;  maar dan staat er in het volgende vers: totdat over ons wordt uitgegoten de Geest uit den hoge, de ruach mimmarom. Dus: voor eeuwig totdat…..‘olam duidt een periode aan, een tijdperk, een ‘eeuw’ (zoals wij spreken van de Gouden Eeuw).

Efeze 3,11
De gangbare vertalingen spreken veelal van een ‘eeuwig voornemen’. Er is echter alle reden te kiezen voor een andere weergave;  prothesis toon aioonoon, d.w.z. het voornemen der eeuwen. God heeft een plan, project, een bestek, dat de aionen omvat, de ‘olamim, de tijdperken. In dat bouwplan heeft Hij al die eeuwen een plaats gegeven; zo gaat Hij voort, van eeuw tot eeuw, van ‘olam tot ‘olam.

Hijzelf wordt genoemd: de Koning der aionen, Koning der eeuwen: mèlekh ha’olamim, vertaalt Flusser. 1 Tim.1,17. En een prachtige titel is: Rots der eeuwen, Tsur ‘olamim (Jes. 26,4). Zoals een lied zegt: Rots der eeuwen, in uw schoot, berg mijn ziele voor de dood.

Adonai is de bodem, de vaste Rots, uit dewelke alle aionen voortkomen, die de grond is van alle aionen, die vastheid geeft aan ‘t Godsgebouw, aan dat bouwwerk der eeuwen; het werk der eeuwen, dat Zijn Geest omspant, volvoert Zijn hand.