De priesters en het omhoogdragen van de ongerechtigheid

Door dr. K.D Goverts

Numeri 18 vers 1 opent opvallend met: va-jomer ‘Adonai ‘el Aharon (וַיֹּאמֶר יְהוָה אֶל אַהֲרֹן) , en de Eeuwige sprak tot Aäron. Meestal begint het zo: de HEERE sprak tot Mozes,  of tot Mozes en Aharon samen, zoals in vrijwel alle hoofdstukken van Numeri en Leviticus. Hier spreekt God echter speciaal tot de priester, tot Aharon.

In hetzelfde vers krijgen Aharon en zijn zonen, met het huis  zijns vaders, de opdracht: gij zult dragen de ongerechtigheid van het heiligdom, en gij en uw zonen met u zult dragen de ongerechtigheid van uw priesterambt. Dit kan gemakkelijk verkeerd worden begrepen, want het hebreeuwse woord nasa’ (נָשָׂא)  betekent vooral  omhoog dragen, opdragen. De priesters dragen de ongerechtigheid omhoog naar God, en dat is precies wat Jeshua, de HEERE Jezus, gedaan heeft.
In Johannes 1 staat: zie het Lam van God dat de zonde van de wereld draagt, omhoogdraagt. Het Lam heeft de zonde omhooggedragen tot bij de Vader, en wanneer de zonde voor het aangezicht van de Eeuwige komt, is zij verzoend, geheeld, genezen, uitgewist, als het ware gesmolten: voor Zijn aangezicht kan het kwaad niet bestaan.

Hierbij wordt ook gewezen op het slot van het boek Michah, waar staat dat Hij al onze zonden zal werpen in de diepten van de zee. Het zijn twee beelden die elkaar aanvullen: eerst wordt het omhooggedragen, en vervolgens kan het in de diepte van de zee geworpen worden, als een volgende fase, want voor Hem kan het kwaad niet bestaan. Hij zal onze zonden niet meer gedenken, Hij zal ze wegdoen van voor zijn aangezicht. De priester heeft dus de opdracht om alles omhoog te dragen.

Datzelfde woord nasa’, omhoogdragen, keert terug in het Griekse woord airein αἲρειν, dat in Johannes 15, bij het beeld van de rank die geen vrucht draagt, vaak verkeerd wordt vertaald met wegnemen; dan vertaalt men:  de rank die geen vrucht draagt, neemt Hij weg. Er staat echter dat de rank die geen vrucht draagt, wordt opgeheven,  dat is de rank die helemaal geknakt en gebroken is, die zichzelf niet meer kan opheffen, en die Hij optilt, naar het licht, naar de zon. Als een mens het zelf niet meer kan, zegt de Landman niet: dan neem Ik je weg, maar Hij tilt op, om opgeheven te worden naar Hem, naar de genade van het licht, naar zijn aangezicht.