Door de hand van Mozes en Aäron
Door dr. K.D Goverts
Numeri 33 bevat een opmerkelijk detail. Het hoofdstuk somt alle reizen op van de kinderen Israëls, letterlijk hun opbrekingen, in totaal tweeënveertig stations, waarin eigenlijk heel de wereldgeschiedenis en de geschiedenis van Israël besloten ligt. Vers 1 opent: dit zijn de reizen, mas’eey (מַסְעֵי) , van de kinderen Israëls die uit Egypteland zijn opgetrokken naar hun legerscharen, tziv’ootam (צִבְאֹתָם) .
Bijzonder is dat er staat: be-jad Mosje we-Aharon (בְּיַד מֹשֶׁה וְאַהֲרֹן) , door de hand van Mozes en Aharon. Er bestaat een hele reeks van 91 preken over Numeri 33 van Krummacher, gehouden omstreeks 1800. Het is opvallend dat hier staat dat de reizen door de hand van Mozes en Aharon samen geschiedden, terwijl in de populaire voorstelling vaak wordt gedacht dat Mozes alleen de reisleider door de woestijn was, degene die telkens zei dat het volk verder moest, onder leiding van de wolkkolom. Hier staat echter dat Mosheh en Aharon samen het volk geleid hebben door al die tweeënveertig stations: Mosheh, de Torah, en Aharon, het priesterschap. Samen hebben zij het volk van Egypte gebracht, langs alle tussenstations, alle zwerftochten, met alle trauma en pijn, met alle innerlijke weerstand, met alle keren dat het volk niet begreep waarom het zo moest gaan. Aharon was dus niet alleen bezig met de tabernakel, ook de ark ging steeds voorop, en alles werd bepaald vanuit die twee, de twee getuigen, de twee voorgangers, de twee roergangers, die het volk bestuurd, gestuurd en als leidslieden naar hun bestemming gebracht hebben. Wonderlijk genoeg mochten beiden uiteindelijk het beloofde land zelf niet binnengaan, hoewel zij wel de hele weg door de woestijn hebben afgelegd.
Hierin wordt een duidelijke parallel gezien met de Vader en de Zoon: God zegt tot Mozes tweemaal dat Hij hem tot God aanstelt, en dat Aharon zijn profeet is, degene die de beloften en voorzeggingen doet. In Exodus 4 zegt de Eeuwige tot Mozes dat Hij hem tot Elohim (אֱלֹהִים) heeft aangesteld voor Aharon, en Aharon als profeet voor hem. Zo is Mosheh een beeld van de Vader, en Aharon, de Kohen (כֹּהֵן) , een beeld van de Zoon, degene die de stem van de Vader is en ook het beeld van de Vader: wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien, wie Mij hoort, heeft de stem des Vaders gehoord. Dit sluit aan bij Mattheüs 11, waar Jezus zegt: niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon, en wie de Zoon het wil openbaren.
Zo zijn Vader en Zoon ook als de beide voorgangers te zien, en zo gaat ook Jeshua zelf door de woestijn: veertig dagen aan het begin van Zijn optreden. Daarin liggen prachtige typologie en symboliek besloten, om te laten zien: het is door de hand van Mosje en Aharon, door de hand van de Vader en de hand van de Zoon. Zo mag het wezen.