De Eeuwige zet Zijn Aleph in de ballingschap: de Aleph die Hij zelve is.

Door dr. K.D Goverts

De Aleph is Zijn letter; de letter waaruit alle letters voortkomen.
Oorsprong….
Vragen kan men naar een begin…
of naar een einde….
Vanuit hun midden kan men zeggen:
het is als bij de Sinai…
het eerste Godswoord
en daarvan de eerste letter
en wat daaraan vooraf gaat…
reikend naar de oorsprong van al het geschapene.
Adem …
die aanblaast.
Alsof iemand zucht in de woestijn –
duizende mijl verderop iemand die de adem inhoudt
en het hoofd opheft ….
menend te horen: iemand roept….
Dat zuchtje….
en die ingehouden adem ….
Dat ongehoorde
en dat verklinkend over een afstand van duizend mijl
en dat drie keer zo zacht…..

daar nadert men de oorsprong ……

De stilte van de Aleph. Zoals een Joods verhaal vertelt:
Als hij voorbij kwam…
Elke dag als de wijze voorbij kwam, hield het riet op te wuiven en over het water van het meer trok geen enkele rimpel.
De wind hield op te waaien en het vee in de weilanden graasde niet.
Lispelende bladeren aan de bomen langs de schaduwrijke allee staakten hun gefluister.
Het kruid en de grassen in de bermen verstarden in een sierlijke buiging. Roerloos stond het koren op de wijde akkers…
Korenbloemen verbleekten en klaprozen vouwden zich toe.
In de bergen werd geen echo gehoord en in de vallei werd de zon niet gezien.
De rivier hield op te stromen en de waterval stond stil.
Wolken dreven niet voort en de regen bleef waar hij was.
Sneeuw weigerde te vallen en ijs vormde zich niet.
In het woud zwegen de vogels en het wild hield zich schuil in het onderhout.
Sprinkhanen maakten geen geluid en het gonzen van bijen werd niet vernomen. Boven het water bleven de libellen staan. …
Vissen hapten niet naar lucht.
Schrijvertjes schreven niet. Spinnen sponnen niet en vliegen vlogen niet. Wat kon zwemmen, zwom niet. Wat kon lopen, liep niet.
Wat kon zien, zag niet. Wat kon horen, hoorde niet.
Wat kon spreken, verstomde….
Wat kon huilde, huilde niet. Wat kon lachen, lachte niet.
De ouden zeiden: zo zal het zijn in de dagen voordat de Messias komt. ….

Een eenzame zwerfhond blafte tegen de wijze en kwispelde vrolijk met zijn staart.
Zoals elke dag gaf hij de hond het stuk brood dat hij uit zijn mond had gespaard.
Dan kwam alles wat bewegen kon, in beweging.
En wat leven kon, leefde.
De wijze vervolgde zijn weg met een glimlach.
De hond volgde hem zo ver hij kon.
Mensen die hen voorbij zagen komen, vroegen zich af waar de hond thuishoorde.

Sindsdien wordt er gezegd: Met onwetenden deelt men zijn brood. Met wijzen deelt men stilte…..