Psalm 137

Door dr. K.D Goverts

Er is iets heel bijzonders aan de hand met deze Psalm. De eerste letter van de Psalm is een ‘ayin, ע en dat komt bijna nooit voor. De laatste letter van de Psalm is eveneens een ‘ayin. De tweede letter is een lamed ל en de voorlaatste letter is eveneens een lamed. Tussen de eerste ayin ע en de laatste ע vinden we in deze psalm zeven-maal een ayin ע. Die ‘ayin aan het begin en de ‘ayin aan het eind vormen een verwijzing naar Jesaja 52, 8 waar gesproken wordt over de wachters van Tzion:  oog in oog zien zij dat de HEERE naar Tzion wederkeert ‘ayin be-‘ayin: oog in oog. עין  בעין De Eeuwige komt terug naar Tzion

Nu staat er in het laatste vers van Psalm 137
Zalig is degene die vastgrijpt en …. uw kleinen [little ones, nourissons], uw kleine kindertjes tegen de rots. Maar hoe vertalen we hier? Het woord nippeeṣ  wordt vaak vertaald met נפּץ  verpletteren:  tegen de rots verpletteren zal.

Al heel lang is dit vers een knelpunt; een raadsel: hoe kan zo iets nu zalig heten? Hoe kan de mens die dit doet, zalig gesproken worden? Maar de primaire betekenis van nippeets is: verstrooien, to scatter, uit-strooien. En dan staat er niet: tegen de rots, maar naar de rots.  De kleine kindertjes worden uitgestrooid, richting de Rots, en de Rots die met hen meeging, was en is Christus.

Verstrooien
Zo staat dit werkwoord naphaṣ נפץ bijv. in Gen. 9, 19 en vanuit dezen werd de gehele aarde verstrooid. En Jes. 33, 3 vanuit Uw verhoging zullen de goyim, de volkeren ver-strooid worden. Zoals de Joodse commentaar op Daniël zegt bij Dan. 12, 7: nappeeṣ נפּץ dat is: the dispersal, de verstrooiing. Dat is de diaspora, de ballingschap, ze werden uitgestrooid onder de natiën. Zo ook de verwante woordstam puṣ  פוץ – om maar een voorbeeld te noemen: vandaar verstrooide de HEERE hen over de gehele aarde; zie Gen. 11, 8 en 9. Ballingschap, dat is verstrooiing. Dat het dan maar mag wezen: verstrooid te worden in de richting van de Rots, de Rots onzes Heils.

Als ik het eenvoudig ga zeggen, dan is het dit:
die kindertjes van Babylon – ze worden naar buiten gebracht
ze worden uit Babel gebracht en dan naar de Rots. Het is dus niet: verpletteren, maar verstrooien, uitstrooien, want in Babel, daar moeten ze niet blijven, dus je zou kunnen zeggen:
De Rots  vangt hen op, kinderopvang De Rots, eigenlijk wat Jezus zei: laat de kinderen tot Mij komen  strooi ze maar uit aan Zijn voeten leg ze maar aan Zijn hart Het is eigenlijk wat bijv. Amy Carmichael deed in India: zij haalde kinderen uit de hindoe-tempels; deze meisjes en later ook jongens werden door haar opgevangen in het weeshuis, dat zij stichtte.

En dan leidde ze deze kinderen tot de Rots. Boven de deur van het weeshuis in Dohnavur stonden de woorden: Come unto Me. Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.

Babel had de kinderen van Jisra’el verstrooid: de balling-schap.
Nu worden de kinderen van Babel verstrooid. Zoals de Eeuwige ook reeds in Genesis 11 de bouwers van de toren verstrooide.